Radiocafé

16 januari 2024 Elektronenmuziek, door Hans en Casper Schipper

Tekst: Hans Schipper

Het artikel over Elektronenmuziek in HVT-187 was heel geschikt voor een mogelijke presentatie in het Radiocafé omdat dan ook geluidsfragmenten ten gehore kunnen worden gebracht.

De ontwikkeling van de elektronische muziek in Nederland is tamelijk intensief geweest,
er waren vele speciale studio’s actief. In het eerste gedeelte van de presentatie zijn we de meest bekende studio\s langsgegaan en de belangrijkste componisten en hun muziek.
Daarbinnen heeft Philips een belangrijke rol gespeeld, de studio in het Natuurkundig Laboratorium heeft veel bijzondere en zelfs ook populaire elektronische muziek voortgebracht door mensen als Tom Dissevelt, Dick Raaijmakers en Henk Badings.



Er is een prachtige cd-box uitgebracht, getiteld “Populair Electronics”. geproduceerd door Dick Raaijmakers en Kees Tazelaar (Sonologie Koninklijk Conservatorium te Den Haag), met alle tape muziek uit die Philips periode.

Uit deze eerste ontwikkelingen, waar voornamelijk magneetbandmontage werd gebruikt als werkmethode, is ook een bijzonder muziekinstrument voortgekomen: de Mellotron, die per toets een kort magneetbandje afspeelt.

Na het pure tape-tijdperk kwam er meer elektronica beschikbaar zodat meer zaken automatisch konden gebeuren.  Het spanningsgestuurde tijdperk brak aan, nog steeds grotendeels analoog. Spanningsgestuurde versterkers, filters en oscillatoren werden ontwikkeld, zodat met een klavier de noten konden worden ingespeeld in plaats van elk nootje apart te moeten monteren.

Het leuke van het Radiocafé is dat er vaak echte spelers uit het betreffende gebied bij aanwezig zijn, zo ook deze keer met de aanwezigheid van Jo Scherpenisse die als technicus al in 1957 werkte aan apparatuur voor elektronisch muziek in het Natuurkundig Laboratorium van Philips en in 1965 solliciteerde in de Studio voor Elektronische Muziek(STEM), onderdeel van de Universiteit Utrecht. In 1966 werd de naam gewijzigd in Instituut voor Sonologie om de educatieve functie beter uit te drukken. In de jaren 80 wilde de universiteit weer van het instituut af, wat de nodige reuring onder het personeel veroorzaakte. Maar gelukkig wilde het Koninklijke Conservatorium in Den Haag het instituut overnemen. Jo verhuisde dus in 1986 met een deel van apparatuur en een aantal van de collega’s naar Den Haag, waar Dick Raaijmakers al werkte. Daar ging hij samenwerken met de Jan Panis om zo snel mogelijk één studio te maken waar de essentiële dingen gedaan kunnen worden.

Na de pauze heeft mijn zoon Casper voorbeelden uit een cursus uit de tapemontageperiode laten zien en horen. Deze cursus werd in het Bilthovense CEM (Centrum voor Elektronische Muziek) instituut in de jaren ‘50 gemaakt door Gottfried Michael Koenig, die later ook een belangrijke rol zou spelen in STEM en de afdeling Sonologie van het Koninklijk Conservatorium.

Al met al weer een zeer interessante avond met een goede bezetting ondanks het winterse weer.

Voor meer detailinformatie zie ook het artikel Elektronenmuziek in ons blad RHT-187, blz 192.

Hans Schipper

Verslag Radiocafé 16 januari 2024; geschiedenis elektronenmuziek.

Tekst: Frans de Rooij

Nieuw jaar, nieuwe kansen. Dit keer stond er een lezing op het programma over elektronenmuziek, door Hans Schipper en zijn zoon die ook was afgestudeerd op deze manier van muziek maken en opnemen.

Hans deed het gedeelte voor de pauze, zijn zoon Casper het deel na de pauze. En ook dit keer weer een drieëntwintigtal bezoekers die de reis naar Driebergen hadden gemaakt.

Hans had al eerder een artikel geschreven in de laatste RHT (nr 187) over het fenomeen elektronenmuziek – dat later elektronische muziek genoemd werd en wordt – dus iedereen die de lezing gemist heeft, kan terug lezen waar we deze avond naar hebben geluisterd.
In elk geval ging het over een manier van muziek maken welk al in 1897 gedaan werd door een Amerikaan, Thaddeus Cahill. Hij bouwde een apparaat met de dynamische naam Dynamophone ofwel het Telharmonium. Het was een flink apparaat want het hele geval woog 200 ton, en er zaten magnetische toonwielen in die geluid konden produceren. Voor mij leek het net een versnellingsbak van de Van Veen-Kreidler met 14 versnellingen, alleen een stuk groter. Maar ik denk dat die Thaddeus niet veel op jamsessies is geweest met dit ding.
Wat wel leuk was, is dat het geluid van de Telharmonium alleen met een telefoon kon worden beluisterd omdat er geen versterkers waren.

Later werden wel grammofoonplaten gebruikt voor het afspelen, maar om mooie geluiden te maken moest er ook worden geknipt, en dat gaat wat moeilijk met een plaat van schellak.

Maar wat later begon Philips zich ermee te bemoeien, want die zagen wel wat in deze manier van muziek maken. Zij deden veel onderzoek, en hiervoor werd een speciaal groep Elektro Akoestiek (ELA) opgericht die allerlei onderzoeken uitvoerden. Uit deze onderzoeken werd dan ook nog versterkers en bandrecorders ontwikkeld die later weer voor iedereen beschikbaar waren tegen de juiste prijzen.

Er was ook een manier voor het maken van die muziek, want men nam een geluid op op tape, knipte hier een stuk uit, kopieerde dat en plakte dat weer aan elkaar. Ook deed men deze tape in snelheid variëren, zodat je hogere en lagere tonen kreeg. Al met al een hoop (analoge) knip- en plakwerk, dus niet zoals nu Control C en Control V. Want dat moest nog uitgevonden worden. In elk geval werd er ook nog op deze manier een elektronisch gedicht gemaakt voor het Philips-paviljoen op de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. Dit deden ze niet op kleine schaal want er werd niet alleen een gebouw neergezet, maar het werd een multimediashouw met dia- en filmprojectoren, geluid, versterkers en recorders waar Tiësto jaloers op was geweest.

Hans vertelde verder ook over verschillende andere manieren om tonen te maken, en er werd ook nog wat verteld over de Theremin, een instrument waar je de toon kon veranderen door je handen dichter of verder van het instrument te houden. Ook werd het schema van deze Themerin uit de doeken gedaan, en er staat een exemplaar in het Kunst Museum in Den Haag. Dit instrument is ook door bekende bands gebruikt, zoals Led Zeppelin en Jean-Michel Jarre.

Een ander instrument wat ontwikkeld werd begin jaren 60 was de Philips Philicorda orgel. Dit begon steeds meer op de huidige elektronische muziek te lijken. En zo gingen de ontwikkelingen door.

Na de pauze was het woord aan Casper, de zoon van Hans Schipper. Hij had een studie gedaan over de elektronenmuziek en liet ook het een en ander horen.

Wat eigenlijk leuk was om te zien is dat binnen de NVHR niet alleen mensen bezig zijn met radio’s, maar ook met hele andere aspecten waar je niet altijd bij stil staat. En dit is ook zo’n voorbeeld.

Al met al een leuke lezing, maar ik hou het wel bij mijn stompbox-pedaaltjes voor het bassen en gitaarspelen. Die kan ik wel meenemen naar een jamsessie.

Frans de Rooij.