De medische lezing

Alkmaar, 10 mei 2005

Door Piet van Schagen, uit waar gebeurde verhalen.

Het is al heel wat jaren geleden dat ik een wat wonderlijke lezing hield voor een sociŰteit in Alkmaar. In die tijd studeerde ik nog Frans bij een franšaise die woonachtig was op de Bierkade. Na afloop wandelde ik dan via het Fnidsen langs een antiekwinkel gelegen naast het huis met de kogel en bleef dan voor de etalage staan.

Het was een prachtig zilveren Mariabeeldje dat mijn aandacht trok. De wat oudere eigenaar stond vaak met mooi weer op straat en ik had hem al een paar keer gevraagd naar de prijs. Maar dat bleef aan de hoge kant dus stond er niets anders op voor mij dan slechts af en toe even in de etalage te kijken.

Vervolgens ging ik dan langs bij Xanadu op de Voordam waar allerlei antiek en curiosa verkocht werd. Altijd even een gezellig praatje met Charles de handelaar en vaak vond ik er interessante zaken die ik kocht. Maar ook een daar te koop zijnde reis Maria-afbeelding heb ik moeten laten staan. Na dat bezoek verder over de oude houten klapbrug over naar het Waagplein en daar trof ik op een zekere dag Bert Breedveld een pianist waar ik vroeger mee had gewerkt. In die tijd nog student medicijnen en er op die manier wat bijverdiende om de kosten te betalen.

Hij herkende mij ook gelijk en we kwamen aan de praat. Ik vroeg hem of hij uiteindelijk dokter was geworden. Dat bleek zo te zijn. Maar, vervolgde hij, de muziek ben ik niet vergeten hoor, ik speel nu op een Hammond orgel zo een met toonwielen en heb redelijk veel werk. Ik vroeg hem of dat wel kon met zijn werk als arts. Dat bleek goed te kunnen, hij vertelde te werken als het ware free-lance in diverse ziekenhuizen en gaf  hoofdzakelijk les voor de verpleegstersopleiding.

"Het is mooi weer laten we hier even op het terras gaan zitten". We bestelden wat te drinken bij een ober die gehaast kwam aanlopen.”Overmorgen heb ik een belangrijk optreden in Het Wapen van Heemskerk en daar hangt nog al veel van af, want daar kan een hoop werk uit voortvloeien. Dus daar zie ik wel naar uit en hoe gaat het met jou? Ik weet nog dat je nog lange tijd 's avonds op het Thorbeckeplein hebt gewerkt in een striptease zaak met pianist Karel de Vries en Wim van de Zanden op slagwerk".

"Ja, dat is al weer lang geleden, toen speelde ik gitaar en ook nog als trompetist in de Post Harmonie". Bert wist zich dat nog te herinneren; "Je deed iets met liften ook, maar dat heeft toch weinig met muziek te maken". "Ach"; liet ik hem weten, "Of je nu een nieuwe set snaren op een gitaar zet of een lift voorziet van nieuwe kabels dat maakt toch weinig verschil. Nadat je uit ons North Side A kwartet onder leiding van Willem van der Zanden was vertrokken vanwege je  medische studie, zijn wij met  accordeonist Karel de Vries voor enige maanden naar Duitsland gegaan voor optredens voor het Amerikaanse leger in Baden-Baden. Later nog geruime tijd gewerkt met pianist Martin Erich in Bergen in de Rustende Jager als gitarist”

Bert onderbrak mij met de vraag: “Heb ik je ook niet een paar keer op de tv gezien?” Ik antwoordde hem: “Dat zal waarschijnlijk dan in  een speelfilm geweest zijn, zoals bijvoorbeeld 'Heb meelij Jet', waar ik met mijn Peter Johanzen trio optrad. Een film met Johnny Kraaykamp en Piet Römer, onder regie van Franz Weisz. Maar afgezien dat natuurlijk ook niet te vergeten als gitarist in het trio van de bekende accordeon virtuoos Dick Huis en zelf later als accordeonist op rondvaartboten in Amsterdam. Maar nu na mijn zeventigste  houd ik mij meer bezig met lezingen en seminars over radiotechniek”

Bij het woord lezingen zag ik hem verstarren alsof hij ergens van schrok. Ik vroeg wat er aan de hand was het kon toch niet zo zijn dat hij zich onverwacht niet goed voelde worden. Hij keek mij verschrikt aan ”Niet aan gedacht ik moet overmorgen ook een lezing houden over 'Circulatoire di sangius' ofwel de bloedsomloop in de sociëteit hier in Alkmaar, verdorie dezelfde tijd als mijn optreden. Ja ik kan die leden van de sociëteit toch niet afzeggen dat is al van te voren besproken. Maar mijn optreden daar hangt toch ook veel van af. Wat moet ik nou?” “Weet je wat “; zei ik hem ."Dan doe ik die lezing wel voor je.” Hij keek mij aan of ik op slag volkomen gek was geworden. “Jij bent toch geen dokter, er komen daar haast allemaal gepensioneerde geleerden, professoren, doktoren noem maar op en daar wil jij even een lezing voor gaan houden? Dat is toch werkelijk het toppunt van brutaliteit !!“

Ik stelde hem gerust “Die mensen komen daar voor een gezellige avond en als je het maar leuk verteld met hier en daar een leuke grap dan komt het wel goed. Kijk jullie maken het moeilijk om  wat Latijn er door heen te larderen, maar dat kan ik ook. Een hart is toch niets meer dan een vierkleps dubbele pomp waarin de zuigers ontbreken en dat ondervangen wordt door de cilinders meer of minder dicht te knijpen. Met achter het rechter voorportaal voor de depolarisatie een sinusknoop die voor de ontsteking zorgt. Jullie praten dan als Romeinen over atrium en ventrikel. De Romeinen krijgen juist ventriösus  als ze te veel eten en de buik zwelt”

Hij keek mij verbaasd aan .”Het lijkt wel of je er meer van weet dan ik dacht” “Algemene geschiedenis en niet te vergeten natuurkunde en biologie tijdens mijn studie vroeger op school. Daarbij heb ik ook nog een bijscholingscursus  hydrauliek gevolgd in verband met mijn werk in de lifttechniek en examen daarin gedaan waarin met olie wordt gewerkt het geen enigszins vergelijkbaar is met een bloedbaan.” Bert schudde zijn hoofd en zei: ”Er komt toch wel meer kijken bij een mens neem nou bijvoorbeeld de milt”. Ik schoot in de lach en zei: “Is dat niet vergelijkbaar met een expansievat? Trouwens een lezing houden is toch hetzelfde als een toneelstukje. Gewoon je tekst instuderen en het als een kundig acteur voor het voetlicht brengen.”

Het was even stil, Bert keek stil voor zich uit nam een slok van zijn bier en mompelde: “Je bent volgens mij knettergek, maar ik waag het er op, ik zal je het adres geven en wat ik zelf heb opgeschreven dan kan je dat doorlezen”.”Kennen ze je of beter gezegd hebben ze je wel eens gezien?”; vroeg ik hem. Nee dat bleek niet het geval dus dat maakte het al wat gemakkelijker.

“Ik zal je naam niet noemen als ze het mij vragen, ik ben de dokter die een lezing komt geven” Ik kon mij indenkenken dat hij ergens er toch niet zo zeker van zou zijn dat het goed zou aflopen, na nog geen tien minuten zou ik al doorzien zijn en door de mand vallen. Aan de andere kant dat optreden met zijn orgel, moest zonder meer doorgang vinden. Daar hing meer van af dan die lezing. Maar die voordracht in de sociëteit kon hij met goed fatsoen nu niet meer afzeggen.

Eerlijk gezegd had ik al gelijk spijt toen ik die avond de sociëteit binnenstapte, een wat grijzende oudere man in een keurig pak kwam gelijk naar mij toe met de woorden: “U komt voor de lezing?” Ik knikte en hij leidde mij naar een groep andere geleerd uitziende mannen die zich aan mij voorstelden en zeiden veel te verwachten van mijn voordracht. "Mijn God"; dacht ik: "Waar ben ik aan begonnen?" De aangeboden kop koffie deed mij in ieder geval goed. Gelukkig dat ik na zeer veel lezingen over radiotechniek in het land een behoorlijke ervaring heb opgebouwd anders was ik gelijk gevlucht. Maar ja. Ik kon niet meer terug.

Het viel echter mee, na een korte inleiding kreeg ik toch de nodige aandacht alhoewel het duidelijk bleek dat ik weinig nieuws vertelde echter als ik begin over kleptiming, contractieduur en optredende drukverschillen wordt het stil in de zaal iedereen luistert aandachtig. Als ik verder praat over de atrioventriculaire knoop  en de daarbij optredende vertraging van 0,1 seconde zie ik enkele aanwezigen bevestigend knikken. De grote bloedsnelheid door de arteriën met een druk van minstens 120 mm HG. 

Dat het hart niet wordt gestuurd vanuit het hoofd, via een zenuw, maar door de sinusknoop, in het rechter atrium, is bijvoorbeeld te zien bij een kip die met afgesneden kop nog wat rondhuppelt. Er gaat zelfs een verhaal, echter niet te bewijzen maar toch, dat iemand tijdens de Franse revolutie na te zijn onthoofd door de guillotine van het schavot afliep en plaatsnam op een der voorste rijen tussen de bezoekers. Daarna pas stopte het hart door gebrek aan zuurstof, waarna de dood intrad. Ik zag nu enige dames van schrik wat bleekjes worden en een aanzwellend rommelend geroezemoes werd hoorbaar. Een der dames, haar man al ver in de tachtig, was even wat weggezakt, de lezing was waarschijnlijk wat te vermoeiend voor deze grijsaard. Juist op het moment dat ik sprak over de man die stierf zonder hoofd keek zij opzij naar haar man en gaf een gil van schrik toen zij hem als levenloos in de stoel zag hangen. De man schrok wakker en begreep even niet wat er gebeurde.

Maar direct na mijn verhandeling over stroomvertragingen in de aderen door plaatselijke bloedvatverwijdering werd het weer rustig en werd er weer aandachtig geluisterd.  Ik vervolgde, dat verwijdering van vaten waardoor deze als condensor gaan werken het gevolg heeft dat daarop volgende nauwe aderen de arteriolen een constante bloedstroom gaan vertonen. Daar is dan ook geen hartklop meer waarneembaar. Ik kwam nu pas goed op gang en met steun van mijn hydraulische kennis kwam ik heel ver.

De avond vloog om, sterker nog ik kreeg een seintje dat het tijd werd voor een koffiepauze en daarna zou er onderling nog wat nagepraat worden over het onderwerp. Ik kreeg een hartelijk applaus. Tijdens de koffie waren er verscheidene geleerd uitziende heren die mij vragen stelden over zaken die ik had verteld en die wat meer wilde weten over de theorie die ik hanteerde. Ik kon niet meer stuk, een goed geslaagde avond.

Een week later kwam ik Bert weer tegen , hij had het verslag van de voordracht gelezen in het medisch tijdschrift de Lancet. Men schreef daarin over een zeer interessante lezing, die een geheel nieuw inzicht geeft over de bloedsomloop en theoretisch goed doordacht.

“Nou”; zei ik: “Toch goed gelukt dus ik neem aan dat je tevreden bent?”
Bert keek mij echter wat somber aan: ”Ja niets op aan te merken, maar wat heb je daar in godsnaam verteld?? Ik heb gelijk na het verschijnen van het artikel in de Lancet zeker al vier aanvragen gehad om deze indrukwekkende lezing ook op andere plaatsen te houden.”

Piet van Schagen