De Lamoraalvogel

Het was die dag mooi weer om even naar onze muziekwinkel in de stad te gaan. Voor mij op mijn gevorderde leeftijd te ver om te lopen, met de auto ook geen optie want parkeren valt niet mee. Dus wordt het een plaats in de parkeergarage en is het weer even goed een eind lopen. Dus toch maar de scootmobiel genomen om er heen te rijden, wel eerst gebeld of Tom mijn zoon aanwezig is want we hebben ook vaak verhuurklussen buiten de deur. Sinds mijn jongste zoon Jan vorig jaar is overleden moeten we dan de winkel noodgedwongen sluiten. Met de luxe elektrisch rijdende stoel kan ik daar voor de deur komen. Als ik er uitstap word ik aangesproken door een wat oudere vrouw met de woorden: “Piet, goed dat ik je hier tref”. Nu herken ik haar het is Anneke, dat is zeker dertig jaar geleden dat ik haar voor het laatst had gesproken. Ze begreep mijn verbazing en zei: “Piet ik ben niet meer het meisje dat alles wilde weten over een Standel versterker tijdens het feest op Nijenrode. Ik ben nu met pensioen en trouwens jij moet ook al ver over de houdbaarheid datum zijn!“

Ze heeft gelijk ik heb er al eenennegentig jaar opzitten: “Kom mee naar binnen er zal wel koffie zijn en kunnen we wat bijpraten.” Mijn zoon kijkt op als ik met haar de winkel binnen kom, dat is Anneke waar over ik wel eens wat over heb geschreven: “Oh, antwoordt mijn zoon lachend. Die alles weet en net op tijd komt om onheil af te wenden. Ga maar boven zitten dan zorg ik voor koffie.”  Als we in de showroom aan tafel zitten zegt Anneke: “Piet ik kom begrijpelijk niet zo maar aanwaaien, ik heb een moeilijke vraag die ook jouw betreft. Maar eerst moet ik daar een inleiding aan vooraf laten gaan. Ik ben in een serendipiteit toestand beland, je weet wel wat ik bedoel, je bent naar iets op zoek en je komt met wat anders thuis. De ongezochte vondst.
Zo drie jaar geleden kwam ik op het idee om vlieglessen te gaan volgen. Piloot in een klein vliegtuigje om wat rond te kunnen vliegen. Daar komt nog heel wat voor kijken eer je examen mag doen. Maar ik wil altijd graag alles weten wat eigenlijk niet nodig is en vroeg mij af hoe lift je een vliegtuig omhoog. Als de aerodynamische doorsnede van een vleugel zodanig gevormd zou zijn dan de bovenzijde langer is dan de onderkant dan zou de passerende lucht via de onderzijde een grotere opwaartse druk opleveren (de wet van Bernoulli).

Volgens overlevering zouden de gebroeders Wright beproevende testen hebben uitgevoerd. Studie van vogels leert ons dat deze een aanloop nemen om te kunnen opstijgen. Met een vliegtuig moeten we voorwaartse snelheid via een soort ventilator bereiken. Een vogel weegt haast niets maar het vliegtuig moet ook de aviateur dragen.  Hoe zou dat gaan bij zeer grote vogels? Er zouden in  Schotland bijzonder grote vogels vliegen met een vleugelspanwijdte van wel meer dan zes voet. Vogels die voor den doedel niet bang zijn, als een mens zoiets vindt  stoppen en ze dat in een zak en blazen er op. Een vreemd verhaal, echter toch een reden daar een kijkje te nemen.
Eenmaal in Inverness dat in de buurt van Loch Ness te vinden is, slaat toch de twijfel toe zo een grote Lamoraalvogel te vinden. Uiteindelijk kwamen wij terecht in een bergplaatsje Cannich en daar onder de vertrouwde leiding van een gids op een wat uitgestrekt plateau troffen wij het dat zelfs twee van deze enorme vogels aan kwamen vliegen en zelfs landen op de grond. Volgens mij hebben  ze veel weg van zeearenden. Maar onze gids zei: “Ze lijken er wel op maar zijn toch donkerder gekleurd en hun staart heeft twee omhoog staande veren, zoals een dubbele stabilo van een oorlogsvliegtuig, vandaar dat men hier ook wel spreekt over Lancasters.” Plotseling draaiden de vogels zich om en tegen de wind in stormden ze hardlopend met hun enorme klauwen vooruit en stegen met trage vleugelslag omhoog. “Daar gaan ze dan”; zei de gids: “Met hun enorme klauwen kunnen ze een jong lammetje meesleuren naar hun nest hoog in de bergen.”

Zeker van ons geschrokken, riep ik waar op de gids zei: “Van nature weten ze dat rechtop lopende vogels met nutteloze dunne vleugels in een raar verenpak dat zij  die  maar beter links kunnen laten liggen, men noemt dat mensen.”  
Volgens overlevering zouden de gebroeders Wright ook hier geweest zijn en op het idee gekomen zijn een landingsbaan tevens geschikt om gemakkelijker op te stijgen aan te leggen. Het is hun althans gelukt om na een derde poging in 1903 een minuut in de lucht te blijven op geringe hoogte en 300 meter af te leggen. Een topsnelheid van 18 km/u, waarbij ook werd vastgesteld dat de propeller volkomen gebalanceerd moet zijn om niet trillend in je stoel te zitten en gelijk wazig kijkend en angstig hopend straks weer met beide benen op de grond te kunnen staan. Vandaar de voorkeur voor twee bladige propellers.

De grote vogels waren toch nog een paar keer over komen vliegen, een machtig gezicht om dat te mogen meemaken. Trouwens een prachtige omgeving met begroeide heuvels en steil oprijzende rotsen. Waar op de toppen de vogels hun nesten hebben. Het trekt de laatste tijd vaker toeristen aan volgens de gids. Wat ondernemers er toe brengt om bijvoorbeeld hier een hotel neer te zetten. Probleem is echter wie is de eigenaar van de grond. Vaak gaat dat ver terug tot in de middeleeuwen, leden die zich een clan noemen en herkenbaar zijn aan de weeffiguren van hun kleding. “Bukken”; riep nu de gids. Een grote vogel suisde over ons heen met ver uitgestrekte vleugels. Zo’n bijna drie meter wijd uitgespreide veugel partij is toch even schrikken.
“Wat mij opvalt”; vervolgt Anneke: “Dat de propellers van het Wright toestel dat tijdens de ETA demonstratie in Amsterdam Noord in 1909 werd gehouden een middellijn van twee meter tachtig hadden.” Ik antwoordde haar dat mijn moeder  dergelijke demonstratie had bezocht en dat daar thuis over gesproken werd. Zij reed zelf al in 1925 op een Belgische SAROLEA motor 350 kubieke centimeter en weet veel van wat daar vroeger gebeurde. Ik kan dus wel wat vertellen over hetgeen ik thuis in mijn jeugd hoorde, namelijk  dat de vier cilinder flat head motor (zijklepper) van 1350 cc, ontworpen door de gebr. Wright bij een toerental van 1400 omwentelingen per minuut 25 PK kon leveren. Open uitlaatkleppen zonder demper of knalpijp wat erg lawaaierig geweest moet zijn geweest. Benzine via directe inspuiting, geen oliepomp maar gelepelde spatsmering vanaf de krukas.

Het geheel in een watergekoeld aluminium blok voor het gewicht. Bijna vergelijkbaar met de toen al gebruikelijke automotor, echter zonder koppeling en versnellingsbak. Wel een vertraging vanaf de motor naar de met fietskettingen aangedreven tegen elkaar indraaiende beide propellers in een verhouding 33 : 9 zodat deze bij maximum toerental omwentelingen maken van 450 keer per minuut. Hiermee werd bereikt dat per omwenteling van de propeller de verbrandingspulsen van de motor zonder een groot vliegwiel beter verdeeld werden over de omtrekafstand van de propeller. De ruim twee en een halve meter grote propellers waren van hout.

Snelheid kon geregeld worden met de brandstoftoevoer en met de voor of na ontsteking. Dat laatste op na ontsteking tijdens het starten van de motor door aan een propeller te draaien, dit om bij terugslag van de motor te voorkomen dat men bij het starten middels het met de hand draaien van een propeller men niet levens gevaarlijk gewond raakt! Volgens een aviateur valt opstijgen wel mee en is het vliegen een bijzondere ervaring. Echter om het toestel weer op de grond te zetten dan merk je dat er geen rem is om te stoppen. Gas minderen geeft nauwelijks enig effect je zweeft gewoon zij het wat langzamer door tot de gang er uit is. Waar kom je dan terecht? Om te stoppen moet je gas minderen en het toestel omhoog sturen. Dat zal niet lukken, daar is juist vermogen voor nodig! Met gevolg het toestel zal gaan dalen. “Nou”: zei Anneke; “Een mooie toevoeging op onze Lamoraal vogel, Piet. Ik moet je toch wat vragen stellen om er achter te komen hoe dat zit met het verhaal over die vogels, het zouden eigenlijk Korhoenders moeten zijn waar op werd gejaagd. Heb jij aan jachtpartijen mee gedaan en ben je in Schotland geweest?”

Ik was even stil na deze onverwachte vragen. Ik vertelde haar dat ik nooit In Schotland ben geweest wel veel keren in Engeland maar niet veel noordelijker dan Cambridge en Leeds. Gejaagd wel met een gezelschap van Haarlem Electronics Helios. Georganiseerd door Huib Michaelis de eigenaar van het bedrijf, die mij had gevraagd te assisteren als driver, dat wil zeggen met veel lawaai dieren opjagen in de richting waar de jagers klaar staan om het vuur te openen. Levensgevaarlijk werk leek mij dat, op het laatste moment moet je zelf dekking zoeken om niet geraakt te worden. Ik vertelde zelf te beschikken over een dubbelloops shotgun kaliber 12 van mijn grootvader en wel met de jagers zelf wil meedoen. Dat kon niet dat waren allemaal ondernemers zoals directeuren. Waarop ik gelijk antwoordde: “Daar voldoe ik toch ook aan, ik ben adjunct directeur in jouw bedrijf!”

“Trouwens in militaire dienst heb ik meegedaan met als wapen het toen gebruikelijke Lee Enfield geweer. Aan onderlinge schietwedstrijden en heb het ere-insigne scherpschutter gekregen. Ik heb zelfs het idee dat die jagers mensen zijn die er na enige neuten er maar wat op los knallen. Gezien je plan om eind van de maand een feest wil houden waar het geschoten wild bereid door erkende koks ons wordt voor geschoteld, lijkt het mij verstandig om mij mee te laten doen om niet op het laatste moment naar de poelier te moeten gaan.” Huib dacht even na en zei: “Je hebt eigenlijk wel gelijk!  Trouwens ik ben wel benieuwd naar dat geweer dat je mee neemt!”
Ik vertelde hem dat mijn grootvader na de drooglegging van de Haarlemmermeer van uit Zuidewind was verhuisd  naar dat nieuwe grondgebied en wat ik van hem weet zal hij wel dat dure Baretta geweer hebben gekocht, volgens overlevering vanwege een overvloed van konijnen. Hij had daar een vrij groot stuk land naast het gemaal de Lijnden genoemd naar de bedenker van de droogbemaling Frans Godart van Lijnden (1761 – 1845). Het kleine aantal huisjes op de dijk werd ook De Lijnden genoemd. Mijn vader was als kind vaak in het pomphuis te vinden. Helaas zijn mijn grootouders vroeg overleden en ik heb ze nooit gekend. Als kind ben ik daar nog wel met mijn ouders op visite geweest bij de buren. Zover ik mij kam herinneren een man met een grote grijze baard die staatsloten verkocht. Ik mocht in het kippenhok die kakelende beesten voeren. Anneke viel mij nu in de rede met de woorden: “Piet even bij de les blijven!” “Je hebt gelijk”; antwoordde ik lachend.

De eerste jacht die ik mee mocht maken in de duinen bij Zandvoort lieten mij al ervaren dat niet elke geweerdrager daar naar behoren mee kan omgaan. Er waren zich jagers noemende oudere heren die zelfs een hulp nodig hadden om de patronen aan te brengen in de lopen. Daarna al direct zittend op een meegenomen vouwstoeltje de haan naar achteren trekkend en verrukt waren van de knal. Gelukkig dat de hulp al gelijk de loop van het geweer omhoog had gericht wetende dat zijn baas alleen maar zou gaan  schieten in het wilde weg. Zonder bril ziet hij trouwens toch maar weinig. Met andere woorden, het blijft oppassen geblazen.

Op het moment dat uit de struiken een horde dieren kwam aangesneld, opgejaagd door luid schreeuwende en met takken zwaaiende drivers, lijkt het wel oorlog als de jagers het vuur openen. Als de rook optrekt blijken er toch een aantal dieren getroffen te zijn ik zag twee parelhoenders en wat hazen of konijnen voor dood liggen. Meegebrachte getrainde honden renden rond om aangeschoten dieren op te sporen. Dan breekt het moment aan dat de flessen tevoorschijn gehaald worden, want op dit succes moet even wat gedronken worden.

“Anneke, ik heb nog misschien twee maal nog zo een jachtpartij mee gemaakt. Maar het leek mij te gevaarlijk, je leest er weinig over maar het gaat wel eens jammerlijk mis!” “Daar kan ik mij wel wat bij voorstellen”; liet Anneke mij weten. Het was even stil en tijd om eerst de door een kelner gebrachte koffie met versnapering onder handen te nemen. “Piet”; vervolgde Anneke. “Ken jij een pater Johazen?“ Ik was verbaasd dat zij dat aan mij vroeg. Ik antwoorde haar: “Dat ben ik zelf. Ik was aangenomen bij de postharmonie als trompettist dat betekende dat je ook bij dat bedrijf werkzaam moest zijn.  Men zou verwachten met het diploma NRG een behoorlijke functie te kunnen krijgen bij de PTT. Maar radio dat hield ik na een eerdere belevenis bij Radio Holland  voor gezien en ik kwam terecht bij de werkplaatsen licht en kracht en kreeg werk in de lifttechniek  en een opleiding als werktuigkundige. Echter erbij werken was verboden, dat kon eventueel aangevraagd worden maar ik was afgewezen. Ik had echter als musicus veel werk en speelde in vele orkesten, trad op in films en allerlei andere zaken. Met gevolg dat er in de krant regelmatig wel mijn naam was te lezen. Maar ja het was verboden, voetballen mocht wel dan stond je ook vaak met een foto in de krant en eventueel opgelopen pijnlijke gebreken niets aan de hand. “Heb je geen pijn?“; vroeg de baas op een maandag aan een wat moeizaam voort strompelende spits. “Nee baas met vijf - drie gewonnen dat verzacht de pijn”. De baas klopte hem gemoedelijk op de schouder, doe vandaag maar rustig aan.

Vandaar dat ik mijn voornamen ging gebruiken “Peter Johanzen”. Dat hielp niet echt als mijn hoogste chef ‘s avonds tijdens het nieuws op de tv mij voorbij ziet varen met mijn accordeon op een party schip van de firma Lovers, herkent hij begrijpelijk mij direct als de liftmonteur van de WLK. 

Storingen oplossen en reparaties zijn niet tijd gebonden, de een is wat eerder klaar door enige handigheid en kennis dan een ander die wat meer tijd nodig heeft. Voor mij in die dagen de tijd om de bijbel door te lezen. Bij psalm 127 gekomen begreep ik dat mijn werk niet altijd zinvol is  (Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs werken dan de bouwlieden er aan). Dat had tot gevolg dat Huib Michaelis van Haarlem Elektronics mijn naam veranderde in pater Johazen na wat problemen met kleine hoornluidsprekers die elders bij TANDY voor de helft van de prijs te koop waren compleet verpakt in een mooie doos met een herderlijk plaatje. De pastoor van de kerk waar een geluidsinstallatie werd geplaatst stelde daar vragen over, maar ja een bedrijf dat zelfs een pater in dienst heeft, dat zal dan wel in orde zijn. Aardig bedacht, ik heb daar verder niets over gezegd.

Anneke nam nu het woord en zei: “Ik was in  die tijd terug in Schotland, eigenlijk nieuwsgierig naar het monster van Lochness. Niet gezien zoals was te verwachten maar ik heb veel rondgezworven in de omgeving. De grote vogels heb ik dus wel gezien. Lamoraal is in feite een toevoeging aan een naam, zoals Karel de Stoute, Willem de Zwijger enzovoort. Lamoraal betekent: de geoefende zwaardvechter, niet gek voor zo een vervaarlijke  vogel. Maar het terrein waar wij liepen blijkt in eigendom te zijn van een pater Johazen. De weinige bewoners spreken dan ook over heilige grond. Niet verhandelbaar, want er staat gesteld dat het in de natuurlijke staat moet blijven tot het einde der tijden. Dus voor jacht in ieder geval buitengewoon geschikt”.
Anneke keek mij vragend aan hopelijk een antwoord te krijgen. Er stond mij nog bij, maar dat moet rond 1975 geweest zijn, dat de eigenaar van Haarlem Electronics die zelf een jachtacte had mij vertelde dat hij  in Schotland een groot aantal hectaren bosgrond kon kopen. Als we dat met drie man doen dan drukken we de kosten, trouwens de prijs valt mee. Ik was wel even overdondert maar bedacht dat het wel eens heel erg bergachtig kan zijn en als die grond een steile helling betreft dan is iets groots vanuit de lucht gezien een erg kleine oppervlakte. Daar moest hij nog even over informeren. Je doet dus mee? Ik moet ja geknikt hebben. “Prima”; antwoordde hij: “Je krijgt nog geld van mij dan verreken ik het daarmee”.

Het leek mij waarschijnlijk oké en nu hoor ik van jou dat ik de eigenaar zou kunnen zijn van de grond. Waarom juist mijn naam of geld dat voor een derde deel? Het zal wel weer zo’n uitgekiende constructie zijn door de broers bedacht. Ik was in de tijd ook ridder geworden versierd met een zwaar verzilverde tastevin aan een lint om mijn nek, niet zwaaiend met een zwaard maar met een fles wijn Chateau d’Yquem.  Dat zal bij de Schotten wel de doorslag gegeven hebben, alhoewel de wijn is vervangen door whisky. Verder weet ik er weinig van af, maar wil dat wel uitzoeken hoe dat zit. Het staat mij bij als ik het mij goed herinner, dat het 24 hectare moet zijn.

Anneke stelde voor dat zij dat voor mij wilde doen. Daar was ik blij mee, maar verzocht haar ook rekening te houden met de daar wonende mensen die zeker niet blij zullen zijn als de streek overspoeld wordt met toeristen. Laat ze maar geloven in een sprookje waarin pater Johazen meereisde met de Franssprekende Engelse koning Richard Leeuwenhart tijdens  de derde kruistocht (1189-1192) ter geestelijke ondersteuning. Daar deze geestelijke niet alleen bijbelvast maar ook ingemeen indien nodig met zijn zwaard te keer kon gaan, werd hij door koning Richard benoemd tot Lamoraal. “Anneke ik denk niet dat na vijftig jaar enige klaarheid nog opgehaald kan worden. Maar mocht er des ondanks toch een hotel komen dat wij in ieder geval beiden recht hebben op gratis onderdak tijdens bezoek en vol pension”. “Komt voor elkaar en ik begrijp”; zei Anneke: “Je bedoelt tot het einde der dagen”.

P. J. van Schagen